Lorraine is een streek die altijd alle klappen kreeg: door de eeuwen heen
heeft dit grensgebied ten prooi gelegen aan de meest gretige, hongerige
machthebbers.
De Eerste Wereldoorlog heeft de laatste indrukwekkende sporen
achtergelaten. De plaatsen waar deze oorlog het sterkst heeft gewoed, nodigen
tot bezinning en confronteren u met de niet uit te wissen werkelijkheid van
dit stuk geschiedenis.
Verdun en de alom bekende 'Rode Zone', de ondergrondse citadel,
het knekelhuis van
Douaumont, de bajonettenloopgraaf, de
forten van
Vaux en van
Douaumont, liggen in het hart van het slagveld. Een
bezoek aan het Wereldcentrum voor de Vrede geeft stof tot nadenken over dit
thema.
De 'Voie Sacrée' tussen Bar-le-Duc en Verdun, de enige toegangsweg tot
het Franse front, is het vertrekpunt van symbolische ontdekkingsreizen. Naast
de forten uit deze wereldoorlog en de Maginotlinie heeft Lorraine ook
verdedigingswerken uit eerdere periodes.
Het gaat hier bijvoorbeeld om resten van Romeinse muren uit de 3e eeuw
in Metz. De Middeleeuwen zijn te herkennen in burchten en in de
verdedigingsmuren van Châtel-sur-Moselle. Vauban leerde zijn vak in Lorraine:
hij maakte steden als Bitche, Toul, Montmédy, Thionville, Verdun, Phalsbourg
onoverwinnelijk. Resten van zijn werk zijn ook te zien in Longwy. Marsal is en
blijft een voorbeeld bij uitstek, op kleine schaal, van het brein van Vauban.
De verdedigingswerken van Duitse hand worden 'Festen' genoemd en liggen
om Thionville en Metz, plaatsen die lang onder het Duitse bewind waren.
Een vrij onbekende strateeg was de generaal Séré de Rivières aan het
einde van de 19e eeuw. Hij verdient beslist meer aandacht. Hij zit achter de
verdedigingswerken van Troyon, Vaux, Douaumont, Uxegney en Bourlémont. Het
fort van Châtel-sur-Moselle krijgt een aparte vermelding: hier maakte Séré de
Rivières gebruik van de bestaande middeleeuwse burcht die in de 15e eeuw
uitgebreid werd.