Deze stroming heeft tientallen kunstenaars en industriëlen bij elkaar gebracht. Degene die het beste uiting gaf aan deze stijl, was Emile Gallé. Hij oefende al zo'n 27 jaar in de glasfabriek van Meisenthal deze kunst uit, voordat hij met Louis Majorelle op de Universele Beurs van Parijs in 1889 erkenning kreeg. Deze botanische kunstenaar maakte glaswerk met motieven uit de natuur, maar ontwierp tegelijk ook meubels met inleg- of houtsnijwerk. Zijn lijfspreuk was 'blijf innoverend bezig, doe anderen niet na'. Glasblazers, meubelmakers, keramiekfabrikanten, beeldhouwers, architecten, zijn leerlingen zoals Antonin Daum die de glaspasta tot de adelstand verhief, Jacques Gruber en zijn glas-in-loodramen, de kunstschilder Victor Prouvé, Louis Majorelle en zijn met waterlelies of orchideeën ingelegde meubels en Eugène Vallin maakten van de School van Nancy een internationaal begrip. Deze School streefde zowel een sociaal als economisch en zowel een artistiek als industrieel ideaal na. De natuur was de belangrijkste inspiratiebron voor degenen die het motto 'Mijn wortels liggen diep in het bos' aanhingen en die het gangbare academisme volkomen verwierpen. Glaswerk en aardewerk, meubels, smeedwerk, glas-in-loodramen, stoffen, schilderijen, niets bleef gespaard!